Banner met surfmeisje aan Brouwersdam
Banner met inwoner voor woonwijk in Zierikzee
Banner van ondernemer voor vissershaven in Bruinisse

Het mooiste beroep van de wereld

Marinus Padmos

Marinus Padmos

Mosselkweker BRU 36

juni 2017

“Schouwen-Duiveland is het eiland waar ik geboren en getogen ben. Omgeven door water van Oosterschelde, Grevelingen en Noordzee geniet ik van de natuur vooral tijdens mijn werk, maar ook als ik over de buitendijkse paden fiets of loop.”

“Als Bruse mosselkweker vaar ik met de BRU 36 vanuit Bruinisse naar de Waddenzee of naar de Oosterschelde. Langs de zuidkust van Schouwen-Duiveland, van Bruinisse tot voorbij Burgsluis, liggen veel mosselpercelen. De Zeeuwse mosselkwekers uit onder meer Yerseke, Zierikzee en Bruinisse kweken daar hun mosselen op. Ook ons bedrijf heeft daar een aantal percelen.”

“Eigenlijk had ik architect willen worden, ik was altijd aan het tekenen en schetsen. Ik vond dat ik na mijn dertigste altijd nog mosselkweker kon worden. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan. Na de havo was ik het leren helemaal beu en wist ik niet hoe snel ik aan boord kon komen. De keuze om te gaan varen, werd thuis overigens niet gestimuleerd. We hebben het over de jaren zeventig en de Oosterschelde zou dichtgaan. Er viel in die tijd niet veel te verdienen met mosselen.”

“Ons bedrijf heeft drie schepen. Met de BRU 8 en BRU 36 zitten we in de traditionele bodemkweek. De BRU 40 is een voormalig kokkelschip dat we helemaal hebben aangepast voor de zaadkweek via mosselzaadinvanginstallaties (mzi’s). Mossels kweken, is tuinieren onder water. Als we niet oogsten, verzaaien we de mosselen over percelen om het beste rendement te behalen. Zo krijgen ze de ruimte om te groeien. Ook halen we zeesterren, die graag mosselen eten, weg door ze ‘op te dweilen’. Aan de netten hangen we materiaal waar de zeesterren zich makkelijk aan hechten. De netten met zeesterren laten we aan boord in bakken warm water zakken. De zeesterren ontspannen zich en laten los. Zo proberen we de percelen schoon te houden.”

“Op het bedrijventerrein in Bruinisse hebben we een kavel met een loods. Daar lassen we de korren en maken we de netten en zo. Het aanpassingsontwerp voor de BRU 40 heb ik bedacht, daar kon ik mijn drang om te ontwerpen wel in kwijt. Dat geldt ook voor aanpassingen aan boord van de andere twee schepen. Want hulpmiddelen zijn wel noodzakelijk. Het werk was tot voor kort heel zwaar. Mijn vader was fysiek geheel versleten toen hij stopte. Nu hebben we allerlei hijsmiddelen aan boord. Eerst was het uitgangspunt dat twee man alles samen moesten kunnen tillen, in plaats van één man. Tegenwoordig maken we alles zo zwaar dat je altijd hulpmiddelen nodig hebt. Daarmee voorkom je het tillen en dat is veel beter.”

“Mosselkweker is het mooiste beroep van de wereld. De schepen zijn modern en comfortabel. Ook als we op de Oosterschelde werken, varen we lang niet altijd meer helemaal terug naar Bruinisse. Dan ankeren we op een mooi plekje of leggen we aan in Burghsluis om er een terrasje te pakken. Nazomeren op het water, dat is vrijheid.”

“Ik ben niet zo lang geleden naar Maine in Amerika geweest. Een collega is daar naar toe geëmigreerd. Hij heeft er een prachtig mosselbedrijf opgezet en ik heb enorm genoten. Maar ik zou Bru niet willen missen. Privé voel ik me hier echt thuis. Zowel vanwege de gemoedelijke sfeer en de rust, als door ook de bedrijvigheid langs de waterkant. En wil je eens ergens heen, dan sta je binnen een uur in Breda, Antwerpen of Rotterdam.”

Marinus Padmos
Bruinisse